Aanvullend pensioen en antidiscriminatiewetgeving

Aanvullend pensioen en antidiscriminatiewetgeving

Aanvullend pensioen en antidiscriminatiewetgeving

Op 25 januari is in het Staatsblad de wet van 19 december 2012 tot wijziging van de wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen wat het geslacht betreft op het gebied van goederen en diensten en van aanvullende regelingen voor sociale zekerheid verschenen. Deze wet heeft ook gevolgen voor aanvullende pensioenstelsels.

 

Mogen we nog steeds gebruik maken van geslachtspecifieke actuariële factoren?

  • Voor “individuele regelingen in de derde pijler” is dit niet meer toegestaan voor contracten afgesloten na 20 december 2012.
  • Voor “tweede pijler contracten” blijft dit onder bepaalde voorwaarden mogelijk.

De wet verduidelijkt welke overeenkomsten als “individuele regelingen in de derde pijler” moeten worden beschouwd. Hieronder sommen we de belangrijkste overeenkomsten op waarvoor een uniseks tarief gebruikt moet worden wanneer ze zijn aangegaan na 20 december 2012:

  • individuele overeenkomsten van zelfstandigen;
  • regelingen voor zelfstandigen die slechts één lid tellen;
  • in het geval van werknemers, verzekeringsovereenkomsten waarbij de werkgever geen partij is;
  • de facultatieve bepalingen van aanvullende regelingen voor sociale zekerheid die de deelnemers individueel worden aangeboden teneinde hun te waarborgen:
    - hetzij aanvullende prestaties,
    - hetzij de keuze van het tijdstip waarop de normale prestaties voor zelfstandigen zullen
      ingaan of de keuze tussen verscheidene prestaties;
  • aanvullende regelingen voor sociale zekerheid waarin de prestaties worden gefinancierd door middel van bijdragen die door de werknemers op vrijwillige basis worden betaald.
  • de overeenkomsten die worden gesloten in het kader van de mogelijkheid die de werknemer heeft, voor zover er bij zijn nieuwe werkgever geen pensioentoezegging bestaat en hij uittreedt uit een pensioenstelsel waarbij hij tenminste 42 maanden was aangesloten, om zijn nieuwe werkgever bedragen van zijn loon te laten inhouden en door te storten aan de pensioeninstelling die hij daartoe heeft aangeduid;
  • de overeenkomsten die worden gesloten in het kader van een overdracht naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning;
  • de onthaalstructuren.

Belangrijk dus om weten wanneer aangeslotenen uit dienst treden en hun reserves willen overdragen naar een onthaalstructuur of een zogenaamde KB 69 instelling.

 

 

Meer weten?

Danielle De Meirleir
Legal Advisor

+32 2 674 8944
 E-mail